Waar je sterft

Waar je sterft

De meeste mensen willen thuis, bij hun geliefden in hun eigen huis, hun laatste dagen doorbrengen en sterven. Als je erg ziek bent heb je hulp nodig bij de dagelijkse verzorging en huishoudelijke taken. Je partner, familie, buren of vrienden – de ‘mantelzorgers’- kunnen daarbij helpen. Als dat alles te zwaar of te ingewikkeld wordt, kunnen verpleegkundigen en huishoudelijke hulpen van de Thuiszorg worden ingeschakeld. Zij nemen die taken dan over, zodat de partner en familie meer tijd hebben voor een gesprek, maar ook voor wat ontspanning. Ook specifiek voor de palliatieve zorg opgeleide vrijwilligers kunnen helpen bij de verzorging en kunnen emotionele steun geven. Zo is het meestal mogelijk om thuis te sterven.

[Vorige]    [Volgende]

Soms wordt het – ondanks de hulp van de thuiszorg en vrijwilligers – voor de naasten en de patiënt tóch te zwaar. In zo’n situatie kun je kijken of je terecht kunt in een hospice, een ‘bijna thuis huis’ of op een palliatieve unit die veel verpleeg-, verzorgings- en ziekenhuizen tegenwoordig hebben.
In een hospice, het bijna thuis huis en op de palliatieve units wordt zoveel als mogelijk een ‘huiselijke’ sfeer gecreëerd. Je hebteen eigen kamer met je eigen spullen en er zijn geen vaste tijden voor opstaan, wassen, eten en bezoek. In medische en verpleegkundige zorg is voorzien, maar als je naasten dat willen, kunnen zij helpen bij je verzorging.
Overigens: niet in alle instellingen is euthanasie mogelijk. Als je die mogelijkheid overweegt, is het dus verstandig daar vooraf naar te vragen.